Een kaart bij een lastige situatie
Is er iets spannends of vervelends gebeurd? Gebruik een kaart als uitnodiging om er op een rustig moment samen over te praten.
Eerst ruimte, dan een kaart
Soms vindt je kind iets spannend, wordt het boos of lukt iets nog niet. Je hoeft op dat moment niet meteen een kaart te pakken. Wacht tot er ruimte is om samen te kijken en te luisteren.
Een kaart hoeft het gevoel niet te veranderen. Ze biedt iets om naar te kijken wanneer woorden nog lastig zijn.
Zoek iets herkenbaars
Kies samen een kaart die bij de situatie lijkt te passen. Je kind mag ook een andere kiezen. Lees de zin voor en kijk naar het dier. Begin met een eenvoudige vraag: “Wat valt je op?”
Als je kind wil vertellen, kun je vragen: “Herken je daar iets van?” Laat ook ruimte voor “nee” of “weet ik niet”. Je hoeft de situatie niet terug te zien in de kaart om haar samen te kunnen bekijken.
Luister zonder het antwoord over te nemen
Vertelt je kind iets over wat er gebeurde? Luister en vraag rustig verder, bijvoorbeeld: “Wat vond jij lastig?” of “Wat zou je een volgende keer willen proberen?” Eén vraag tegelijk is genoeg.
Gebruik de zin niet om een gevoel tegen te spreken. Een kind dat iets spannend vindt, hoeft niet te zeggen dat het dapper is. Je kunt het spannend vinden én samen nadenken over een volgende kleine stap.
Later mag ook
Wil je kind stoppen, leg de kaart dan weg. Misschien komt het gesprek later vanzelf terug. Dan kun je dezelfde kaart nog eens bekijken, zonder te verwachten dat het antwoord hetzelfde blijft.
Liever beginnen op een gewoon, rustig moment? Lees het idee voor een kaart als ochtendritueel.
